Bekijk profielpagina

De Circulaire #85: waarom Iberia moet branden in de hel 🔥

Revue
 
We zijn terug! Na 65 dagen in het buitenland te hebben verkeerd kwamen de chef kattengifjes en uw hoo
 
4 maart · Editie #85 · Bekijk online
De Circulaire
We zijn terug! Na 65 dagen in het buitenland te hebben verkeerd kwamen de chef kattengifjes en uw hoofdredacteur vrijdag om 1.15 ’s nachts aan op Schiphol. Op het moment dat deze nieuwsbrief de deur uit gaat ben ik bezig om mijn nieuwe collega’s te leren kennen bij de KRONCRV. En ú mag weer lekker De Circulaire gaan lezen, alsof er niks gebeurd is.
Deze keer: het laatste reisverslag, een fatsoenlijke portie linkjes, waarom vliegtuigmaatschappij Iberia moet branden in de hel én hele leuke dieren die we tegenkwamen op reis.

De route: week 9 en 10 (slot)
De vorige aflevering van de route schreef ik toen we onderweg waren naar de Quilotoa-loop. Dat is een gebied in het midden van Ecuador waar je mooi kunt wandelen. 
Boomstambrug bij de Quilotoa-loop.
De Quilotoa-loop bestaat uit drie routes die je kan lopen in evenveel dagen. De instructies die je van je hotel meekrijgt zijn verre van duidelijk, dus de (soms aanwezige) routebordjes, een (offline) kaart op je telefoon en hulp van mede-wandelaars en de lokale bevolking is onontbeerlijk. Een beetje een avontuur dus.
Maar het is ook een toeristentrekpleister in de dop. Alles lijkt klaar te zijn voor een enorme toestroom van toeristen, maar heel toeristisch is het nog nét niet. De hotels zijn goedkoop, uitstekend en zowel het ontbijt én diner is inbegrepen in de (lage) kamerprijs. 
Het meer in de Quilotoa-krater.
Wij deden twee van de drie dagen. Of beter gezegd: de chef kattengifjes deed dat. Ik was al een beetje ziekig, en na de eerste dag zo compleet gesloopt dat ik de tweede dag per taxi deed. Dat was verstandig, want het parcours op de laatste dag was heel zwaar, zeker in combinatie met de gebrekkige instructies. De ‘steep sandy slope’ met slippend zand waar de chef kattengifjes met gevaar voor eigen leven en érg veel moeite omhoog klom bleek bovenop de berg naast een veel makkelijker route te liggen.
Mijn taxiritje was iets makkelijker. Bovendien bleek de chauffeur verkiesbaar te zijn in de lokale gemeenteraad én hij reed me rond in zijn eigen campagnewagen, volgeplakt met foto’s van zichzelf en een megafoon. Om de tien minuten stopte hij om passanten erop te wijzen dat ze op hem moesten stemmen (“Vota por mí! Lista cinco!”).
Uitzicht vanaf het eindpunt van de TelefériQo in Quito.
Na de Quilotoa-loop gingen we terug naar Quito om daar nog een paar dagen door te brengen. Van de grote Zuid-Amerikaanse steden die we bezochten vond ik Quito het leukst. De stad is gigantisch (meer dan 2,5 miljoen mensen) maar minder heftig verdeeld in rijk en arm zoals Lima maar ook weer niet zo armoedig als La Paz. Er is overal activiteit, en het oude centrum is erg mooi, met koloniale gebouwen. Sinds 1978 staat Quito op de UNESCO werelderfgoedlijst. 
In Quito gingen we met de TelefériQo (kabelbaan) naar de top van een heuvel in de buurt van de Pichincha vulkaan. In het centrum bezochten we een aantal van de beste musea van heel Zuid-Amerika. Na een paar dagen snapten we zelfs het supergoedkope ($0,25 cent per ritje) en uitgebreide bussysteem.
Iets minder leuk was de gratis wandeltour die we wilden doen. Eerst was er een dame die de naam van het bedrijf dat de tour organiseerde op haar arm had getatoeëerd. Ze vertelde dat ze ‘pas twee jaar oud was’ omdat ze pas zo kort bij het bedrijf werkte. Vervolgens moesten we allemaal met elkaar knuffelen. Ze vertelde over de ‘bijzondere hoge energie’ die van onze gids zou komen. De gids zelf wilde ‘wel vijf uur gaan wandelen’. Toen hij vervolgens iedereen verplichtte om met een willekeurige taxichauffeur op de foto te gaan besloten we de benen te nemen. We zullen wel niet de juiste chakra’s hebben gehad voor deze rondleiding.
Dak van Guayasamín's "Kapel van de Mensheid".
De laatste dag in Zuid-Amerika bezochten we het huis en de “kapel van de mensheid” van schilder Oswaldo Guayasamín (1919 – 1999). Guayasamín is een van de bekendste Latijns-Amerikaanse schilders. Zijn werken bestaan voornamelijk uit portretten, een beetje in de late stijl van Picasso. De “kapel van de mensheid” was zijn zwanenzang: een gigantisch gebouw met metershoge doeken die als een tempel voor de mensheid moeten dienen. Want als er zoveel kerken en tempels zijn voor bovennatuurlijke wezens, waarom is er dan geen voor de mensheid? Zeer indrukwekkend en ontroerend.
Het Spaanse dorp Polopos, waar we zaten.
Vanaf Quito vlogen we niet direct terug naar Schiphol. Eerst brachten we nog vijf dagen door bij goede vrienden in het piepkleine Polopos, een Spaans dorpje op anderhalf uur rijden van Granada. De reis ging niet helemaal vlekkeloos (lees “Waarom Iberia moet branden in de hel” verderop in deze nieuwsbrief).
Andalusië, en dan specifiek de Sierra Nevada en Alpujarras zijn naar mijn mening een van de mooiste landschappen van Europa. Je hoeft maar een willekeurig bergweggetje in te slaan of je ziet bergen bedekt met sneeuw, olijfbomen en ergens in de verte de zee. De perfecte plek dus om nog paar dagen te acclimatiseren voor we naar de hectiek van alledag zouden terugkeren.
Heel tof was dat we in een dorpje in de buurt van Granada koffie konden drinken met Steve, een Britse man met wie we in Bolivia de Uyuni-tour hadden gedaan. Hij was bezig met een pelgrimstocht naar Santiago de Compostella, en slechts anderhalf uur van ons verwijderd.
De laatste dag bezochten we het Picasso-museum in Malaga en hebben we heel uitgebreid het vliegveld van de stad kunnen bewonderen, want we hadden twee uur vertraging. Even na 2 uur ’s nachts hadden we eindelijk onze koffers op Schiphol en nét de nachttrein gemist. We namen een hele dure taxi en mijn eerste reis in Nederland werd ingeluid met een Tesla die met 140 kilometer per uur over de ring A10 naar huis reed.
Tinus en Barrie aanschouwen het wonder der luchtvaart.
Dat was mijn reisverslag! Bedankt voor alle fijne mailtjes die ik de afgelopen maanden mocht ontvangen. Vanaf nu schrijf ik weer gewoon over normale dingen, zoals waarom Iberia moet branden in de hel.
R.I.P. Mark Hollis (1955 - 2019)
Ik zat nog nét in Spanje toen ik las dat Mark Hollis, de leadzanger van Talk Talk, overleden was op 64-jarige leeftijd. Dat is triest, want Talk Talk is een van mijn favoriete bands. Hollis had al meer dan twintig jaar geen album meer gemaakt, maar zijn invloed op de hedendaagse muziek is lastig te overschatten.
Vooral de laatste twee albums van Talk Talk, Spirit of Eden en Laughing Stock, zijn fantastisch. Het enige positieve van zijn overlijden is dat dit laatste album eindelijk op Spotify staat. Nu heeft u echt geen enkele reden meer om daar niet naar te luisteren.
Waarom Iberia moet branden in de hel
Polopos om 23.00 's nachts zonder koerier met onze fucking bagage.
Stel je voor: je vliegt van Quito (in Ecuador) naar Málaga (in Spanje) via Madrid. Hoeveel tijd heb je nodig om over te stappen op Madrid, een van de grootste vliegvelden van Europa?
55 minuten, dat leek vliegtuigmaatschappij Iberia voldoende. Als je een ticket boekt van Quito naar Málaga via de site van Iberia is dat de officiële ‘layover’ voor het wisselen van gate.
Mijn vriendin en ik vonden dat wat kort. Maar het was de enige betaalbare vlucht die we konden boeken. Voor de zekerheid vroegen we het na op onze heenweg. Geen enkel probleem, verzekerde een Iberia-medewerker ons. En er gingen ‘dagelijks toch heel veel vluchten van Madrid naar Málaga’. Dat laatste vonden we iets minder geruststellend.
Toen kwam de vlucht. Natuurlijk had onze vlucht vanaf Quito vertraging. In Madrid zouden we iets meer dan een half uur hebben om over te stappen. Oh, en we moesten wisselen van terminal. Het vliegveld van Madrid is zo groot dat die wissel per trein gaat.
In het vliegtuig werden we toch een beetje zenuwachtig. We vroegen een stewardess of er stoelen bij de uitgang waren. Die waren er niet, volgens haar. We vroegen het nog eens, aan een andere steward. Opeens waren er toch twee stoelen bij de uitgang.
Het vliegtuig landde. In iets meer dan een half uur gebeurde het volgende:
  • We moesten met een bus in plaats van via een slurf naar de terminal. We hadden de allereerste bus en stonden precies bij de deuren, dus we konden er als eerste uit. We begonnen te rennen.
  • We moesten door de paspoortcontrole (want we kwamen van buiten de EU). Daar stond geen rij.
  • We moesten door de veiligheidscontrole. Ook daar stond geen rij.
  • We moesten met de trein naar de andere terminal. Die vertrok precies nadat wij instapten.
De gate bleek de állerlaatste te zijn in de gigantische terminal 4. We kwamen hijgend aan, ik nog met mijn broekriem van de veiligheidscontrole vast in mijn hand. Tien minuten later ging de gate dicht. Als er ook maar één ding mis was gegaan (er was bijvoorbeeld wél een rij geweest bij de veiligheidscheck) hadden we het vliegtuig gemist.
Een uur later kwamen we aan in Málaga. Onze bagage niet, die was achtergebleven in Madrid. We vulden een formulier in bij de balie van Iberia en de mevrouw beloofde ons plechtig dat onze tassen per koerier de volgende ochtend bij onze B&B zouden arriveren. Vol goede moed reden we de anderhalf uur naar Polopos, het piepkleine bergdorpje waar we zouden verblijven in de B&B van vrienden.
Dag twee
De ochtend brak aan. Er kwamen geen tassen. We gingen op stap, en vertrouwden erop dat onze tassen die dag wel zouden arriveren. We zaten dus in een heel klein dorpje, en bij onze B&B was lang niet de hele dag iemand aanwezig. Gelukkig die dag wel.
Die avond waren er nog steeds geen tassen. Op de website waar je kon checken waar je tassen bleven stond iets verontrustends: ze zouden niet naar Polopos in Spanje worden verscheept, maar naar Polopos in Amsterdam. Of misschien toch naar Granada. Heel veel wijzer werden we niet van de site, dus besloten we Iberia te bellen. 
Alle telefoonnummers van Iberia die we hebben proberen te bellen.
Geen enkel regulier nummer dat we konden vinden op de site van Iberia bleek te werken. Alle nummers waren servicenummers (het equivalent van 0800 of 0900-nummers in Nederland). En hier is iets dat weinig mensen weten: servicenummers kun je niet bellen vanuit het buitenland
Laat dit even op je inwerken. Nederlandse servicenummers kun je niet bellen als je in het buitenland bent, zelfs niet met een Nederlands abonnement. Spaanse servicenummers werken ook niet als je een Nederlands abonnement hebt, zelfs áls je in Spanje bent.
Iberia’s doel is ‘mensen naar het buitenland brengen’. Maar in dat buitenland kun je ze niet bellen als er iets aan de hand is. 
Ik keek op de websites van KLM, Lufthansa, Delta Airlines en British Airways. Allemaal hadden ze lokale telefoonnummers die je ook vanuit het buitenland kon bellen. Ik kon slechts één andere luchtvaartmaatschappij vinden die uitsluitend servicenummers had: Ryanair.
We zochten verder en vonden andere Iberia-telefoonnummers. Maar ook dat bleken vrijwel allemaal servicenummers te zijn. Na een poging of vijftien kwam ik uit bij de lokale verkooplijn van Iberia Express waar ik een man aan de lijn kreeg en dit Kafkaiaanse gesprek had: 
“Sorry, wij gaan niet over de bagage. U moet met het algemene nummer bellen.”
“Dat kan niet, want ik heb een Nederlandse telefoon.”
“U kunt ook mailen.”
“We vliegen over drie dagen. Ik wil graag snel iemand spreken die weet waar mijn bagage is.”
“Dan kunt u met het servicenummer bellen.”
“Zoals ik al zei, dat kan ik niet. Kunt u mij niet doorverbinden met de afdeling voor verloren bagage? 
“Dat mag ik niet.”
“Heeft u een ander lokaal nummer?”
“Nee, maar belt u anders met het Nederlandse servicenummer.”
“<Diepe zucht>”
Mijn vriendin belde met het nummer voor Iberia Plus-klanten (dat waren we niet). Ook daar werden we opgescheept met Iberia-servicenummers die we niet konden bellen. Maar na hevig aandringen kwam er opeens een ander, lokaal, nummer.
We belden het nummer, dat van Level bleek te zijn, een Iberia-dochter die Europese vluchten aanbiedt vanaf Wenen en intercontinentale vluchten vanaf Parijs en Barcelona. Maar de medewerker van Level bleek competent te zijn, en cruciaal, toegang te hebben tot het bagagesysteem van Iberia. Polopos, ons bergdorpje, werd verplaatst van Nederland naar Spanje. 
Dag drie
De volgende dag waren er nog steeds geen tassen. In de tussentijd had ik op de website van British Airways (!) een PDF gevonden met lokale telefoonnummers van de bagageafdelingen van alle vliegvelden waar ze op vliegen. Aangezien British Airways en Iberia 2011 fuseerden leek mij de kans groot dat ze ook elkaars bagage zouden verwerken. We belden het nummer dat bij het vliegveld van Málaga stond. 
De tassen waren niet in Málaga. Ze waren op het vliegveld van Granada.
Polopos is bijna net zo ver met de auto vanaf van het vliegveld van Málaga als dat van Granada, maar omdat Polopos in de provincie Granada ligt had Iberia besloten dat het verstandiger was om de tassen naar het piepkleine vliegveld van Granada te sturen in plaats van naar het grote, goed bemande vliegveld van Málaga. 
We zouden worden teruggebeld als ze meer wisten. Dat gebeurde natuurlijk niet. We belden met het vliegveld van Granada, maar ze namen niet op. We stuurden een tweet naar @iberia, maar kregen geen reactie.
Dus we belden weer met het nummer van Level, de Iberia-dochter die de vorige avond zo handig in het systeem van Iberia onze gegevens had kunnen aanpassen. Maar de persoon aan de lijn was iets minder competent: zij kon het Iberia-systeem helemaal niet in! En die collega die we gisteren hadden gesproken dan? Dat was onmogelijk, we hadden vast een ander nummer gebeld. Maar waarom belden we niet gewoon het algemene servicenummer?
We leenden een Spaans telefoontoestel en belden met het algemene servicenummer. Wonderbaarlijk genoeg kregen we een competent iemand aan de lijn die ons probleem met servicenummers kende (“Oh ja, is dat probleem nog steeds niet opgelost? Ik werd er ook gek van toen mijn eigen bagage kwijt was”). Hij gaf ons de gouden tip: bel met de Britse klantenservice, dat is een lokaal nummer in Londen.
Het Britse nummer had een stemgestuurd keuzesysteem. Mijn vriendin moest ons bagagenummer inspreken. Maar wat ze ook probeerde, het systeem kon haar niet verstaan. Zelfs met een belachelijk overdreven Brits accent kon het systeem ons bagagenummer niet verstaan. Na tien minuten vruchteloos proberen gaf het systeem het op en werden we doorverbonden met een levende mevrouw.
Die vertelde ons dat de bagage nét was afgegeven aan een lokaal koeriersbedrijf in Granada. Hoe lang dat kon duren? We moesten maar wachten tot 23.00, zo lang zou het kunnen duren.
Dus die avond zaten we in de (gesloten) bar van onze kleine B&B, te wachten op een koerier die naar het kleine bergdorpje zou rijden. Maar om 23.00 was er nog geen koerier te zien. Mijn vriendin keek op haar telefoon en zag dat @iberia via Twitter eerder om half negen die avond een bericht had gestuurd: de tassen zouden die avond aankomen. We plakten een briefje op de deur van de bar voor het geval dat de koerier midden in de nacht zou aankloppen en gingen naar bed.
Dag vier
Het werd woensdagochtend. Donderdag zouden we vliegen en er was nog steeds geen spoor van onze bagage. De cadeaus die we voor onze vrienden hadden gekocht in Zuid-Amerika hadden we nog steeds niet kunnen geven. 
We belden voor de zoveelste keer met Iberia. De medewerker meldde ons dat ze op het vliegveld van Granada vast meer wisten, ze had net een berichtje gestuurd. We vroegen of ze niet beter kon bellen. Nee, dat kon niet, want helpdeskmedewerkers van Iberia mogen collega’s op vliegvelden niet bellen. We zeiden dat we die regel volkomen belachelijk vonden en belden zelf maar met de servicebalie van Iberia op het vliegveld van Granada.
Niemand nam op.
We belden nog eens. En nog eens. Niks.
We belden het algemene nummer van het vliegveld. Daar wisten ze ons te vertellen dat de Iberia-servicedesk op het vliegveld ietwat ‘understaffed’ was. Je meent het.
De maat was vol. We besloten de laatste volle dag die we nog hadden op onze wereldreis te besteden aan het rijden naar het vliegveld van Granada om zelf maar onze tassen te gaan zoeken.
We zaten pas een half uurtje in de auto toen we het verlossende telefoontje kregen van onze vrienden: de tassen waren gearriveerd.
Het was gewoon een lokale postbode geweest, die ze had opgepikt op het vliegveld van Granada. Van alle consternatie had hij geen weet gehad. We inspecteerden onze bagage: alles zat er nog in. Eindelijk konden we onze cadeaus overhandigen aan onze vrienden. En we hadden onze tassen terug vóór we naar Schiphol zouden vliegen.
Maar ondertussen hadden we bijna drie volle dagen in dubio gezeten over waar onze tassen waren. We konden weinig doen, omdat we moesten wachten op onze tassen. We hebben, alles bij elkaar, bijna een dag gespendeerd aan het bellen naar klantenservices en het checken van websites.
Hoe Iberia uit de hel kan komen
Het had allemaal zoveel makkelijker gekund. Als we bij aankomst hadden geweten dat het tot woensdagochtend zou duren voor we onze bagage zouden hebben zou dat vervelend zijn geweest, maar geen ramp.
Maar dat weten was het probleem. We hadden geen idee. Alles ging mis met de communicatie.
Als we hadden geweten wáár onze bagage was (op het vliegveld, bij de vervoerder, in het busje van de postbode), net zoals je dat bij een pakketje kan zien, hadden we niet tot 23.00 ’s avonds in een koude bar hoeven te wachten.
En als Iberia lokale nummers zou gebruiken in plaats van onbereikbare servicenummers hadden we niet tientallen andere nummers hoeven bellen.
Laten we niet vergeten wat de oorspronkelijke oorzaak is van deze hele ellende: de belachelijke overstap van 55 minuten op het vliegveld van Madrid. Eén simpele actie, het niet aanbieden van die onmogelijke overstap op de website, had alles kunnen voorkomen. Iberia heeft nog twee vluchten op dezelfde dag met overstaptijden van minstens drie uur, er is dus geen enkele reden om alleen de onmogelijke overstap aan te bieden.
Misschien moet de directeur van Iberia zelf eens proberen van Quito naar Málaga te vliegen, en over te stappen in 55 minuten op Madrid. Ik heb dan vast een tip: probeer het servicenummer eens.
Wil je dit verhaal los delen? Dat kan via deze link.
De beste linkjes
Detail uit een foto van Maria Fernández, genomineerd voor de World Press Photo in de categorie portretten (series).
Voor de laatste keer in dit beperkte formaat. Over twee weken weer gewoon drie rubriekjes met onzinnige titels!
De leukste dieren van Ecuador en Spanje (slot)
Voor de laatste keer: de leukste dieren die we tegenkwamen op reis.
Wakker worden! De Circulaire is uit!
Dit is Nelson, de collie - herder mix van onze vrienden in Spanje die extreem braaf was en de hele tijd wilde apporteren.
En diezelfde vrienden hadden ook Tingtong, de meest scheel kijkende kat ooit.
De chef kattengifjes kwam Tito de lama tegen in ons hotel bij de Quilotoa-loop. Op de foto doet hij auditie voor Ecuador’s got talent.
Dat was het!
Vanaf maandag 18 maart wordt alles eindelijk weer normaal, en ga ik jullie gewoon weer spammen met mijn werk, kattengifjes en linkjes naar onbegrijpelijke nerd-dingen.
Tot dan heb je nog tijd om deze nieuwsbrief eens door te sturen naar je beste vrienden, want ook die kunnen gewoon, gratis en voor niks, lid worden van De Circulaire.
Hasta luego!
Hoe vond je deze editie?
Als je deze nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, dan kun je je hier afmelden.
Als deze nieuwsbrief doorgestuurd is en je wilt je aanmelden, klik dan hier.
Gemaakt door De Circulaire met Revue.