Bekijk profielpagina

De Circulaire #83: een schattig konijntje om op te vreten 🇵🇪

Revue
 
Hola! De laatste Circulaire zaten we nog in Bolivia, inmiddels zitten we al weer bijna twee weken in
 
4 februari · Editie #83 · Bekijk online
De Circulaire
Hola! De laatste Circulaire zaten we nog in Bolivia, inmiddels zitten we al weer bijna twee weken in Peru. Deze keer dus: het verslag van Machu Picchu, worstelende vrouwen in La Paz en een heel schattig konijntje (dat als u dit leest waarschijnlijk is opgegeten).

De route: week 5 en 6
De kabelbaan in La Paz: de Teleferico
De afgelopen Circulaire waren we nét aangekomen in La Paz na onze geweldige tour door de zoutvlakte van Uyuni. 
La Paz is officieel niet de hoofdstad van Bolivia (dat is Sucre), maar het is wel het kloppend hart van het land waar de regering zetelt. La Paz is gebouwd in een dal in het midden van hoge bergen. In die hoge bergen ligt een stad die nog groter is dan La Paz: El Alto. De beide steden zijn volledig met elkaar vergroeid. Omdat het verkeer altijd vaststaat en het onmogelijk is om in die steile bergen een metro te bouwen hebben ze voor een interessante manier van openbaar vervoer gekozen: een systeem van zo’n tien kabelbaan-lijnen die dwars over de stad zijn aangelegd op hoge palen. 
Worstelaars met bolhoedjes: cholita’s
La Paz had behalve een aantal interessante musea ook nog een trekpleister in de vorm van het Cholita worstelen: Boliviaanse dames die, volledig in traditionele kledij met bolhoed, met elkaar op de vuist gaan. Het was een spektakelstuk waar ook mannen uitgedost als vliegen (!) en ‘El Lobo’ (de wolf) het moesten opnemen tegen een dozijn cholita’s en andere worstelaars. 
De zonnepoort in Tiwanaku
Zo’n zestig kilometer buiten de stad ligt een van de belangrijkste archeologische plaatsen van het land: Tiwanaku, met de beroemde zonnepoort. Als je dat ziet is het eerste dat je denkt: Inca’s. Maar deze beschaving was minstens duizend jaar ouder. Wat ik niet wist is dat de Inca’s dezelfde methode hanteerden als de Romeinen in Europa. Ze waren heel goed in het opnemen van tientallen andere beschavingen in het precolumbiaanse Latijns-Amerika en vervolgens hun goden, gebruiken en mythologie overnemen. Net zoals de Romeinen dat deden met de Grieken en de Egyptenaren. De Inca’s hebben eigenlijk maar relatief kort hun hoogtepunt gehad: van ruwweg het begin van de vijftiende eeuw tot in 1526 de Spanjaarden onder leiding van Francisco Pizarro in Panama aankwamen. Binnen vijftig jaar was het wel gedaan met de Inca’s.
Uitzicht op Isla del Sol
Voordat we definitief Bolivia verlieten maakten we nog één stop. Op de grens tussen Peru en Bolivia ligt het Titicacameer, meer dan 3.800 meter boven de zeespiegel en daarmee het hoogste meer ter wereld. In dat meer ligt het prachtige Isla del Sol, een oase van rust, ezeltjes (er is geen autoverkeer) en een gigantische steile trap van een miljoen treden die we helaas eerst mét backpack moesten beklimmen voordat we ons hotel bereikten. Maar zoals je op de foto kon zien was het dat allemaal waard, want dat was het uitzicht vanuit zo’n beetje alle hooggelegen delen van het eiland.
De ruïnes van Saqsaywaman in Cusco, door grapjassen uitgesproken als “Sexy woman”
Daarna reden we met een nachtbus naar de Inca-hoofdstad van Peru: Cusco (of Cuzco, of Qosqo, ze veranderen de spelling ongeveer elk decennium). De bekendste Inca-ruïnes, waaronder Machu Picchu, liggen allemaal in de buurt van deze middelgrote stad. 
Peru en Bolivia lijken op elkaar, maar zijn toch beduidend anders. Het eerste dat opvalt voor ons gierige Hollanders is de prijs: alles in Peru is twee keer zo duur. Daar staat wel tegenover dat in Peru alles nét iets rijker en moderner is. Helaas ook wel wat toeristischer: het centrale plein van Cusco kun je niet overlopen zonder minstens twintig keer te worden verleid om een massage te nemen, een tour naar Machu Picchu te boeken of in een restaurant te gaan eten.
Wel heel fijn is het eten: na bijna vier weken Bolivia was ik wel echt hélemaal klaar met de eindeloze borden rijst met een gekookte aardappel en een milanesa, een soort schnitzel. De keuken van Peru is veel gevarieerder en kent een grotere rijkdom aan ingrediënten. 
Peru is veel toeristischer dan Bolivia, maar minder dan ik dacht. Peru heeft namelijk slechts vier miljoen bezoekers per jaar. Om dat in verhouding te brengen: dat is minder dan Albanië (4,1), Kazachstan (4,6) en Bulgarije (7,1). Bolivia heeft er nog veel minder: iets minder dan een miljoen. Er gaan elk jaar meer mensen naar het Anne Frank huis (1,2 miljoen) dan naar het hele land Bolivia. In Machu Picchu komen elk jaar nét iets meer bezoekers dan aan dat kleine grachtenpandje aan de Prinsengracht in Amsterdam: 1,4 miljoen.
De kuttrein naar Machu Picchu
En ja, in Machu Picchu zijn we natuurlijk ook geweest. Helaas deed dat wel wat pijn in de portemonnee. Per persoon ben je minimaal $200 kwijt, en dan heb je nog geen gids, overnachting of maaltijd.
Waarom is dat zo duur? Entree tot de plek zelf valt nog mee: $38. Een flinke som, maar gezien de omvang van de locatie en het onderhoud dat er moet gebeuren niet onredelijk. 
Nee, wat het vooral zo duur maakt is de fucking trein. Elk bezoek aan Machu Picchu begint bij het stadje dat aan de voet van de Inca-ruïne ligt: Aguas Calientes, ook wel bekend als Machu Picchu pueblo. Naar het dorpje gaan geen wegen, maar er is wel een treinstation. En daar zit ‘m de kneep: het goedkoopste retourtje van Cusco naar Aguas Calientes kost minimaal $140. Voor dat geld mag je eerst twee uur in een bus zitten (PeruRail noemt dat heel eufemistisch een ‘bimodal service’) van Cusco naar het station van Ollantaytambo. Met een willekeurige collectivo vanuit Cusco zou je dat hoogstens een euro of vijf kosten. Daarna zit je slechts 90 minuten in een boemeltreintje op enkelspoor naar het station van Aguas Calientes. 
Het probleem is dat de Peruaanse overheid aan het eind van de vorige eeuw de route heeft geprivatiseerd en uitbesteed aan twee private bedrijven: IncaRail en PeruRail. Samen hebben ze het duopolie op de enige manier om bij Machu Picchu te komen, en kunnen ze dus vragen wat ze willen. De enige twee alternatieven zijn een trekking zoals de Inca Trail (dan ben je vier dagen aan het wandelen) of een idiote route waarbij je eerst 6 uur in een busje zit, om vervolgens te worden gedropt bij het treinstation van een energiecentrale waarna je 2 uur langs het spoor kan lopen of een treinkaartje kan kopen voor $25.
Als je dan eenmaal in Aguas Calientes bent moet je twintig minuten met de bus naar de ruïne toe (of twee uur lopen), en voor dat retourtje betaal je $24.
Een of andere ruïne in Peru
Maar goed, als je eenmaal bent bekomen van al die pijn aan je aars is het natuurlijk een prachtige ervaring. Het verhaal achter Machu Picchu is interessant: het is een van de weinige plekken in Peru die niet door de Spanjaarden is geplunderd, omdat het op zo’n afgelegen locatie ligt. In 1911 herontdekte de Amerikaanse Yale-docent Hiram Bingham de plek met de hulp van een lokaal 11-jarig jongetje. Er zijn nog veel meer grote Inca-ruïnes rond Machu Picchu. Het nabijgelegen Choquequirao schijnt bijvoorbeeld net zo indrukwekkend te zijn, maar is alleen te bereiken via een zware trekking van 2 dagen, en niet via, zeg, een trein waar je $140 voor moet uitgeven. Het verhaal gaat dat er in de toekomst een kabelbaan naar zal worden aangelegd. 
De ruïnes zijn indrukwekkend, maar wat Machu Picchu onderscheidt van de andere Inca-ruïnes (die wellicht net zo mooi zijn) is de locatie. Midden op een plateau op een bergtop, met in de ochtend een mysterieuze mist die over de plek valt. Op de achtergrond zie je de hele tijd de imposante bergtop van Huayna Picchu (die je kan beklimmen als je echt heel stoer bent). 
Colca Canyon, waar je soms een condor ziet (maar meestal niet)
Na bijna een week in Cusco en omgeving te hebben gezeten reisden we verder naar Arequipa, de tweede stad van Peru. Eigenlijk was dat best een verademing: de stad is levendig en druk, maar lang niet zo toeristisch (en prijzig) als Cusco.
Vanuit Arequipa deden we een tour door de Colca Canyon, een van de diepste kloven ter wereld en een plek waar je condors kan spotten. We wilden eigenlijk het liefste een trekking maken, maar door het regenseizoen werd het toch vooral een tour met een busje. Het was desondanks prachtig, want er is genoeg te zien rondom de Colca-vallei. We bezochten onder andere een kerk waar de voorbereidingen van het Katholieke feest Maria-Lichtmis in volle gang waren. Er werd een Mariabeeld aangekleed voor een processie en vrouwen werden met dat zware beeld op hun rug geaaid (!) voor goede vruchtbaarheid. Het Christendom en de traditionele gebruiken lopen hier dwars door elkaar. 
Verder hebben we gemountainbiked én inderdaad een aantal condors gezien. Wel van ver hoor, als je ze van dichtbij wilt zien kun je beter naar de dierentuin.
De verplichte lamafoto van alle reisedities van De Circulaire
Op het moment van verzenden zitten we een paar dagen in Paracas, bij een fraai natuurpark. Daarna brengen we nog twee dagen door in Lima. Onze laatste twee weken in Zuid-Amerika zitten we in Ecuador. En wat we van tevoren niet dachten: een van die twee weken zullen we doorbrengen op de Galapagos-eilanden. Leuk!
Aanvullingen en verbeteringen
Meerdere lezers wezen mij erop dat de Salar de Uyuni (De Circulaire #82) met 10.000 vierkante meter wel heel erg klein is. Dat hadden natuurlijk vierkante kilometers moeten zijn. 
De opvallende dingen van Peru
  • Ook in Peru rijden de hele tijd minibusjes rond (die ze hier collectivos noemen). De leukste vond ik toch wel de route “Batman” in Cusco. Waar “Batman” precies heengaat weet ik helaas niet.
  • Er zijn verrassend veel politieagentes in Peru. Op zich heel feministisch, maar ik vind het wel opvallend dat ze allemaal hele strakke broeken dragen waardoor je de billen goed ziet.
  • Alle lange-afstandsbussen in Peru (ook in Bolivia trouwens) hebben een grote sticker met ‘Free Wi-Fi’, maar het werkt nooit.
  • In Cusco kun je op elke straathoek in het centrum op de foto met een lama voor 5 soles (ongeveer 1 euro). Je kunt ook op de foto met een “babylama”. Dit is echter vrijwel altijd een babygeitje of zelfs een konijn (!). Oplichters!
De beste linkjes
De leukste dieren van Peru
wellicht denk je dat de chef kattengifjes even werkeloos is vanwege het gebrek aan kattengifjes. Maar ze heeft in deze editie minstens een dozijn wat/dat spelfouten gecorrigeerd. Bedankt Lotte Belice!
Speciaal voor mijn moeder: een ezeltje.
Deze bazige hond zat elke dag op een trap net om de hoek van ons hotel in Cusco de straat te bewaken. Door zijn zwarte vacht is het net alsof hij zo’n beveiligersjasje aanheeft.
Deze hond kwamen we tegen in de Colca Canyon en is gewoon een ontzettende derp.
Op de markt van Arequipa kwamen we op de bovenste etage allemaal levende dieren tegen waaronder dit belachelijk schattige konijntje. Ik ben alleen wel een beetje bang dat de dieren vooral voor consumptie zijn bedoeld en niet om mee te knuffelen. Sorry!
Dat was het!
De laatste reiseditie van De Circulaire die ook daadwerkelijk op reis wordt verstuurd komt op maandag 18 februari in je digitale postbusje. Dan zijn we net terug uit de Galapagos-eilanden en zitten we waarschijnlijk in Quito, de hoofdstad van Ecuador.
Tot dan!
Hoe vond je deze editie?
Als je deze nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, dan kun je je hier afmelden.
Als deze nieuwsbrief doorgestuurd is en je wilt je aanmelden, klik dan hier.
Gemaakt door De Circulaire met Revue.